Opkomend fascisme

De jaren zestig en zeventig vormen een periode van protest en polarisatie De tegenstellingen tussen partijen zijn groot. De verzuilde politieke orde, waarin katholieken, socialisten, liberalen en protestanten hun eigen organisaties hebben, komt onder druk te staan; de kiezers gaan ‘zweven’ en voelen zich niet langer gebonden aan godsdienst of klasse. Nieuwe partijen komen in de kamer, zoals het GPV (in 1963), de Boerenpartij (1963), D66 (1967), de PPR (1971) en DS’70 (1971). Ze ontstaan in hoofdzaak uit kritiek op de gevestigde partijen.