De Anti-Revolutionaire Partij (ARP) werd in 1878 opgericht. De partij ging in 1980 met de CHU en KVP op in het CDA.
Oprichter van de ARP was Abraham Kuyper, de gereformeerde voorman van de 'kleine luyden': middenstanders, boeren, onderwijzers en later ook arbeiders. De oprichting van de ARP vloeide voort uit de strijd voor financiële gelijkstelling van het bijzonder en het openbaar onderwijs.
Vanaf 1918 haalde de ARP gemiddeld 13 procent van de stemmen. Tot 1945 streefde zij naar politieke samenwerking met RKSP en CHU in de zgn. Coalitie. De ARP had zitting in alle kabinetten tussen 1918 en 1945 en tussen 1952 en 1980. De partij leverde verschillende premiers: Heemskerk (1909-1913), Colijn (1933-1939), Gerbrandy (1940-1945), Zijlstra (1966-1967) en Biesheuvel (1971-1973).
De Alliantie voor Vernieuwing en Democratie splitste zich in oktober 2002 van de LPF af en deed in 2003 mee aan de verkiezingen voor de Tweede Kamer. In tegenstelling tot Winny de Jong en haar Conservatieven.nl ontbrak het de AVD aan een opvallend boegbeeld. De AVD- standpunten over veiligheid, integratie en immigratie waren verder niet spectaculair anders dan die van de LPF. De AVD benadrukte dat het huidige politieke model verouderd is en aan ingrijpende vernieuwing toe is. Zij pleitten voor het burgerinitiatief: het recht van burgers om onder bepaalde procedurele voorwaarden initiatiefvoorstellen bij de gemeenteraad of de Tweede Kamer in te dienen. Lijsttrekker was Y. van der Krieke.
De Boerenpartij was een belangenpartij. De partij werd opgericht in 1958 als voortzetting van de 'Vrije Boeren'. In 1981 werd de partij hernoemd tot Rechtse Volkspartij (RVP), die na 1982 echter in de vergetelheid raakte. De Boerenpartij had van 1963 tot 1981 doorlopend enkele zetels in de Tweede Kamer, met een hoogtepunt van 7 zetels tijdens het kabinet-De Jong (1967-1971). De partij maakte nooit deel uit van de regering. Bekende personen binnen de Boerenpartij waren Hendrik Koekoek en Evert Jan Harmsen. De Boerenpartij verzette zich tegen economische regels voor de landbouw, opgelegd door de overheid. Maar de Boerenpartij zag zichzelf ook als een partij voor geestelijke, politieke en economische vrijheid in het algemeen, vanuit een christelijke basis. Met deze bredere omschrijving had de partij rond 1967 aanzienlijk succes.
Tussen 1917 en 1994 maakten één of meer christen-democratische partijen onafgebroken deel uit van de regering. Veel premiers waren van christen-democratische huize. Het Christen Democratisch Appèl (CDA) nam in 1977 voor het eerst deel aan de landelijke verkiezingen. Onder deze noemer kwamen de ARP, de CHU en de KVP met één kandidatenlijst en één lijsttrekker (Dries van Agt). Na de fusie van de partijen in 1980 volgden in 1981 de eerste verkiezingen voor het CDA. De partij behaalde 49 zetels.
Na 1982 groeide het CDA, onder leiding van premier Lubbers met diens "no nonsense" economisch herstelbeleid, uit tot de grootste partij. Drie kabinetten-Lubbers regeren het land tot 1994. Door de dramatische verkiezingsnederlaag in 1994 (een verlies van 20 van de 54 zetels) brengt de partij voor het eerst in de oppositie. Onder leiding van Enneüs Heerma , Jaap de Hoop Scheffer en Jan Peter Balkenende zet het CDA een christen-democratisch geluid tegenover de "paarse" kabinetten. Bij de verkiezingen in 1998 verliest de partij bij de Tweede Kamerverkiezingen opnieuw 5 zetels, maar bij de gemeenteraads-, Provinciale Staten- en Europese verkiezingen in 1998 en 1999 wordt het CDA de grootste partij. In 2001 moet Jaap de Hoop Scheffer als fractievoorzitter het veld ruimen en wordt vervangen door Jan Peter Balkenende. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2002 en 2003 doet het CDA het erg goed onder zijn leiding. In 2002 haalt het CDA 43 zetels, in 2003 44. Jan Peter Balkenende leidt in 2002 een kabinet met VVD en LPF en vanaf 2003 een kabinet met VVD en D66.
De Christelijk-Historische Unie (CHU) werd in 1908 opgericht. De partij hief zich in 1980 op om met ARP en KVP het CDA. te vormen.
De CHU ontstond in 1908 door het samengaan van de Christelijk-Historische Partij (CHP) en de Federatie van CH-kiesverenigingen in Friesland. De CHU was geen partij, maar een unie met een los 'partijverband'. Tussen 1918 en begin jaren '70 haalde de CHU gemiddeld 11 procent van de stemmen, vooral afkomstig van hervormde middenstanders, ambtenaren en landbouwers. De CHU had zitting in alle kabinetten tussen 1918 en 1965 en tussen 1967 en 1973.
Onder de CHU-leden bevonden zich relatief veel adellijke personen. De Savornin Lohman was een belangrijk CHU- voorman en freule Wttewaall van Stoetwegen was een bekend Tweede-Kamerlid. Politieke leiders waren De Visser, De Geer (premier 1926-1929 en 1939-1940), Tilanus sr. (fractieleider 1939-1963) en Tilanus jr. (fractieleider 1968-1969 en 1971-1973).
De Conservatieven.nl is de partij van voormalig LPF-Tweede-Kamerlid Winny de Jong. Zij was tevens lijsttrekker bij de verkiezingen van 2003. De conservatieven.nl wil het gedachtegoed van Pim Fortuyn blijven uitdragen. De partij is bijvoorbeeld voor zwaardere straffen en het bevorderen van emigratie. De partij heeft in januari 2003 geen zetel behaald.
Op 22 januari 2000 slaan de RPF en GPV de handen ineen. Zij gaan een samenwerkingsverband aan onder de naam ChristenUnie. GPV en RPF nemen onder de vlag van de ChristenUnie deel aan de verkiezingen. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2002 haalt de ChristenUnie slechts 4 zetels. (In 1998 hadden RPF en GPV samen nog 5 zetels gehaald.) Een week na de verkiezingen bleek ook Eimert van Middelkoop zijn zetel te moeten opgeven. Tineke Huizinga-Heringa (nummer 7 op de kandidatenlijst) was als eerste vrouw op de lijst met voorkeurstemmen verkozen tot kamerlid. In 2003 was de uitslag van de verkiezingen opnieuw teleurstellend voor de CU, ze verloren nog een zetel en kwamen uit op 3.
De Communistische Partij van Nederland ontstond in 1919 als voortzetting van de in 1909 opgerichte Sociaal-Democratische Bond, een linkse afscheiding van de SDAP. De CPN (aanvankelijk Communistische Partij Holland geheten) was marxistisch-leninistisch georiënteerd. Zij wilde van Nederland een communistisch bolwerk maken en zette zich in voor ontwapening en dekolonisatie.
Vanaf 1922 behaalde de CPN steeds enkele zetels in de Tweede Kamer.
In de Tweede-Wereldoorlog speelden diverse CPN-leden een voorname rol in het verzet. Bij de eerste na-oorlogse verkiezingen kreeg de CPN 10 zetels, maar dat aantal zakte daarna sterk onder invloed van de Koude Oorlog.
Na 1945 was partijsecretaris Paul de Groot ("Polderstalin") lange tijd de sterke man van de partij. Het gezicht van de CPN werd later bepaald door Marcus Bakker (fractievoorzitter 1963-1982), Gerben Wagenaar, Henk Gortzak en Ina Brouwer. In 1986 verdween de CPN uit de Kamer. In 1990 ging de CPN op in GroenLinks en eind 1991 werd de partij opgeheven.
Uit onvrede met het politieke bestel richtten Hans van Mierlo, Hans Gruijters en Jan Glastra van Loon in 1966 de nieuwe partij Democraten' 66 op. Van Mierlo werd lijsttrekker en bleef dat tot 1972. De nieuwe partij legde aanvankelijk veel nadruk op staatkundige vernieuwing (gekozen minister- president, invoering districtenstelsel), later kregen ook milieu en technologie-beleid veel aandacht. Samenwerking met PvdA en PPR leidde in 1972 tot het gezamenlijk programma "Keerpunt 1972". In de periode 1973-1977, toen D66 regeringspartij was, verloor zij veel aanhang. Lijsttrekker Jan Terlouw hield een geslaagde handtekeningenactie voor het behoud van de partij. In 1981-1982 nam D66 na een grote verkiezingsoverwinning opnieuw deel aan de regering. De winst ging in 1982 echter geheel verloren. De naam van de partij werd in 1981 gewijzigd in D66 (dus zonder apostrof).
In 1986 keerde Hans van Mierlo terug als lijsttrekker en fractievoorzitter. Bij de Tweede Kamer-verkiezingen in 1986 en 1989 groeide de aanhang van D66 licht. In 1994 boekte D66 een grote verkiezingsoverwinning en ging van 12 naar 24 zetels in de Tweede Kamer. De partij nam deel aan het eerste paarse kabinet (PvdA-VVD-D66) en Van Mierlo werd in dat kabinet vice-premier en minister van Buitenlandse Zaken. In 1998 gaat D66 de verkiezingen in met Els Borst als lijsttrekker. De partij verliest 10 zetels maar doet desondanks mee aan het tweede paarse kabinet. Thom de Graaf werd na de verkiezingen fractievoorzitter in de Tweede Kamer, Els Borst nam plaats in het kabinet. Bij de verkiezingen van 2002 en 2003 verloor D66 opnieuw een aantal zetels. Hoewel ze in 2003 nog maar 6 zetels haalden werden ze toch gevraagd mee te doen aan het kabinet Balkenende II. CDA en VVD hadden D66 getalsmatig nodig om op basis van een meerderheid in de Tweede Kamer te kunnen regeren. Thom de Graaf werd vice-premier in dit kabinet. D66 streeft met deelname aan Balkenende II de volgende doelen na: invoering van de gekozen burgemeester, een herziening van het kiesstelsel en het versterken van de kenniseconomie.
Democratisch Europa deed mee aan de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2004. De partij pleitte voor een open en democratische Europese Unie. Democratisch Europa wil een Europa van de burgers en voor de burgers. De partij is tegen een verdere uitbreiding van bevoegdheden van de EU. Lijsttrekker voor Democratisch Europa was Sammy van Tuyll van Serooskerken. De partij haalde geen zetels in het Europees Parlement.
DS'70 ontstond in 1970 als afsplitsing van de Partij van de Arbeid. De leden vonden dat de PvdA een te linkse koers volgde ten aanzien van bijvoorbeeld het buitenlands beleid. DS'70 stond een krachtige inflatiebestrijding voor en pleitte voor invoering van het profijtbeginsel (burgers die gebruik maken van bepaalde voorzieningen betalen daar extra voor - bijv. studenten).
Voorman van DS'70 was Wim Drees jr., de zoon van oud-premier Drees. Een ander kopstuk was Jan Berger, oud-burgemeester van Groningen en oud-kamerlid voor de PvdA.
In 1971 haalde de partij bij de Tweede-Kamerverkiezingen acht zetels. Anderhalf jaar later waren dat er zes, in 1977 slechts één en midden jaren tachtig verdween de partij.
Duurzaam Nederland is een democratische milieupartij. Ook wil de partij van gevoelens van onvrede over de toenemende diversiteit in de samenleving wegnemen. De partij werd opgericht in 2002 als afsplitsing van Leefbaar Nederland. De Tweede-Kamerverkiezingen van mei 2002 waren de eerste verkiezingen waaraan de partij meedeed. Bij deze verkiezingen heeft Duurzaam Nederland geen zetels behaald. Ook in januari 2003 kreeg Duurzaam Nederland geen zetel. Politiek leiders van DN zijn haar duo-voorzitters Manuel Kneepkens en Dr. Seyfi Özgüzel. De laatste was bij de verkiezingen van 2002 en 2003 lijsttrekker.
Europa Transparant noemt zich een a-politieke beweging en ijvert voor openheid, transparantie en bestrijding van corruptie en vriendjespolitiek. De partij is opgericht in 2004 en veroverde in dat jaar meteen 2 van de 27 Nederlandse zetels in het Europees Parlement. Politiek leider en oprichter van Europa Transparant is Paul van Buitenen. De heer van Buitenen werkte ruim tien jaar voor de Europese Commissie, en haalde in 1999 de internationale pers als klokkenluider met onthullingen over budgettaire misstanden bij dit EU-orgaan.
De Evangelische volkspartij (EVP) werd in maart 1981 opgericht door progressieve christenen die zich niet meer thuisvoelden in het CDA. De partij richtte zich vooral op thema's als kernbewapening en sociale gerechtigheid. Tussen 1982 en 1986 had de EVP één Tweede-Kamerlid, Cathy Ubels-Veen. De EVP ging op in GroenLinks en werd opgeheven in 1991.
Eén van de redenen om in 1948 de Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) op te richten was de constatering dat in de politieke praktijk programma's en beginselen steeds vaker in de plaats kwamen van de Bijbel. De nationaal-gereformeerde of nationaal-christelijke politiek wil uitgaan van de Bijbel en van de gereformeerde belijdenis. Het GPV was nauw verbonden aan de vrijgemaakt gereformeerde kerk. In 1963 kreeg het GPV een zetel in de Tweede Kamer. Bij alle verkiezingen tussen 1963 en 2000 haalde de partij 1 of 2 kamerzetels. In januari 2000 ging het GPV onder de naam ChristenUnie een unie aan met de RPF.
GroenLinks ontstond in 1990 uit een samenwerkingsverband van CPN, PPR, PSP en EVP van onafhankelijken. Behoud van het milieu is een belangrijk strijdpunt. Daarnaast komt GroenLinks op voor een rechtvaardige verdeling van macht, kennis, bezit, arbeid en inkomen, zowel in Nederland als op wereldschaal. In de jaren '90 wierp de partij zich op als een volwaardige oppositiepartij, mede ook omdat het CDA, de grootste oppositiepartij, slecht aan haar nieuwe rol kon wennen. De rol als oppositiepartij ging GroenLinks goed af, mede door het optreden van fractievoorzitter Paul Rosenmöller. Bij de Tweede-Kamerverkiezingen in 1998 wist de partij haar zetelaantal meer dan te verdubbelen: van 5 naar 11 zetels. In 2002 en 2003 verloor de partij een aantal zetels. Als linkse oppositiepartij kreeg GroenLinks te maken met zware concurrentie van de SP onder leiding van Jan Marijnissen. Rosenmöller had na de moord op Pim Fortuyn (LPF) zwaar te leiden onder kritiek op de linkse partijen. Volgens de LPF-aanhang 'kwam de kogel van links' en had de moord te maken met het klimaat dat door de linkse partijen was geschapen. In november 2002 maakte Paul Rosenmöller plaats voor Femke Halsema.
De Katholieke Volkspartij (KVP) werd in 1945 opgericht als opvolger van de vooroorlogse Rooms-Katholieke Staatspartij RKSP. De partij ging in 1980 met de CHU en de ARP op in het CDA.
De KVP was een brede volkspartij waarvan zowel katholieke arbeiders als katholieke werkgevers, boeren, ambtenaren en onderwijzers lid waren. Tot 1963 haalde de KVP een-derde van de stemmen.
Vanaf 1967 daalde het zeteltal. De KVP had zitting in alle kabinetten tussen 1945 en 1980 en leverde de premiers Beel (1946-1948 en 1958-1959), De Quay (1959-1963), Marijnen (1963-1965), Cals (1965-1966) en De Jong (1967-1971). Andere bekende KVP-kopstukken waren de fractieleiders Romme (1946-1961) en Schmelzer (1963-1971), Luns (minister van Buitenlandse Zaken 1952 -1971), Klompé (de eerste vrouwelijke minister) en Van Thiel (Tweede-Kamervoorzitter 1963-1971).
Leefbaar Nederland werd op 21 maart 1999 opgericht als landelijke voortzetting van Leefbaar Hilversum en Leefbaar Utrecht. Het leek er in de aanloop naar de verkiezingen van 2002 op dat Pim Fortuyn lijsttrekker zou zijn bij de verkiezingen, maar Fortuyn moest de partij verlaten na een interview in de Volkskrant waarin hij artikel 1 uit de Grondwet ter discussie stelde. Fortuyn richtte hierna zijn eigen partij (LPF) op. In 2002 haalde Leefbaar Nederland met lijsttrekker Fred Teeven twee zetels. Bij de Tweede-Kamerverkiezingen op 22 januari 2003 heeft Leefbaar Nederland geen zetels behaald en keerde niet terug in de nieuwe Kamer. Haitske van de Linde was lijsttrekker bij de verkiezingen van 2003.
De liberalen, tot 1918 vaak de grootste politieke groepering, zagen na 1918 hun stemmenaantal voortdurend dalen. De Liberale Unie, de Bond van Vrije Liberalen en enkele kleinere liberale partijen besloten dan ook tot een samengaan in 1921, aanvankelijk als 'De Vrijheidsbond', vanaf 1929 als Liberale Staatspartij (LSP). De LSP was financieel-economisch gezien een conservatief-liberale partij en genoot vooral aanhang onder ondernemers, hogere ambtenaren en mensen met een vrij beroep (advocaten, artsen). Zij was gekant tegen een sterk overheidsingrijpen in het economisch leven. Op immaterieel gebied stond de partij tegenover de rechtse Coalitie, onder andere ten aanzien van de vrijheid van meningsuiting en vrouwenemancipatie.
Tot 1933 was de LSP in de oppositie tegen de rechtse Coalitie-kabinetten. In 1933 trad zij met de VDB toe tot het tweede kabinet-Colijn. In 1946 ging de LSP op in de Partij van de Vrijheid, waaruit in 1948 de VVD voortkwam.
De Lijst Pim Fortuyn (LPF) is opgericht in 2002 na de breuk tussen de lijsttrekker Pim Fortuyn en de partij Leefbaar Nederland. Pim Fortuyn werd op 6 mei 2002 vermoord, waarna de LPF bij de verkiezingen 26 zetels in de Tweede Kamer haalde en in het eerste kabinet Balkenende (CDA-VVD-LPF) terechtkwam. Conflicten binnen de kamerfractie, de ministersploeg en de partij werden met de regelmaat van de klok in de media uitgevochten. Als gevolg hiervan was het kabinet Balkenende I geen lang leven beschoren. Bij de Tweede-Kamerverkiezingen in 2003 heeft de LPF 8 zetels behaald. Sindsdien zit de LPF in de oppositie. De LPF profileert zich met name op een streng integratie- en immigratiebeleid en vindt in het algemeen dat de andere partijen niet goed naar de burgers luisteren. In 2004 ontstond een breuk tussen de Tweede Kamerfractie van de LPF en de partij. Vanaf dat moment opereert de fractie los van de partij LPF, dus de vraag is hoe lang de fractie zich nog LPF mag noemen. Politiek leider is nu Gerard van As. In de Eerste Kamer heeft de LPF één zetel.
De lijst Emile Ratelband is een politieke beweging onder leiding van 'communicatietrainer' Emile Ratelband. De lijst deed mee aan de Tweede-Kamerverkiezingen van 22 januari 2003. Ratelband begon 'voor zichzelf' nadat hij op 9 december 2002 niet tot lijsttrekker van Leefbaar Nederland was gekozen. Hij wil politiek bedrijven in 'de geest van Pim Fortuyn'. De lijst heeft bij de verkiezingen geen zetels behaald.
De NCPN is een anti-kapitalistische partij, gebaseerd op het marxisme-leninisme, de wetenschappelijke leer van Marx en Engels. De partij werd opgericht in 1992 nadat de CPN opgegaan was in GroenLinks. De partij nam geen deel aan de verkiezingen van mei 2002. Bij de verkiezingen van 2003 deed de NCPN wel mee, maar de partij haalde geen zetels. De website van de NCPN zegt daarover: "Zolang het kapitaal, gesteund door de massamedia, de werkelijkheid kan camoufleren en valse tegenstellingen weet te scheppen, zal een groot deel van de bevolking voor 'rust, zekerheid en orde' kiezen. Je weet immers wat je hebt."
Nieuw Rechts deed mee aan de Europese verkiezingen in 2004. Lijsttrekker van Nieuw Rechts was Michiel Smit. Nieuw Rechts zegt zich sterk af te zetten tegen de Europese Unie (EU) en de manier waarop de gevestigde partijen 'de Nederlandse belangen verkwanselen in Brussel'. Volgens de partij is de tijd rijp voor een rechtse volkspartij die duidelijk stelling neemt tégen de politieke invloed van de EU. De partij behaalde geen zetel in het Europees Parlement. Michiel Smit, de voorzitter en oprichter van de partij, was eind 2001 als één van de eersten betrokken bij de start van Leefbaar Rotterdam, toen nog onder leiding van Pim Fortuyn. Begin 2003 stapte Michiel Smit, als gevolg van een verschil in inzicht over de te volgen koers, uit de fractie van Leefbaar Rotterdam. Nieuw Rechts onderstreept het belang van de Nederlandse cultuur, die volgens de partij hier te lande de enige dominante behoort te zijn. Het stimuleren van nationale trots - met name in het onderwijs - is dan ook één van de speerpunten in het partijprogramma. De Partij is voor een monoculturele samenleving.
De Nieuwe Midden Partij is een belangenpartij gericht op ondernemers. De partij wil een halt toeroepen aan de inefficiëntie van het overheidsapparaat en verspilling van de algemene middelen. De partij werd opgericht in 1970. Bij de Tweede-Kamerverkiezingen op 15 mei 2002 heeft de NMP geen zetels behaald. Lijsttrekker bij de Tweede-Kamerverkiezingen was Jos Bron.
De Nationaal Socialistische Beweging (NSB) werd in 1931 opgericht onder leiding van Anton Mussert. De NSB keerde zich tegen de democratie en zag als oplossing voor de economische crisis een systeem met een sterke leider. Bij de Statenverkiezingen van 1935 haalde de partij tot grote schrik van andere partijen bijna 8% van de stemmen. In de loop van de jaren dertig ontwikkelde de NSB zich tot een steeds radicalere fascistische partij, mede geïnspireerd door de opkomst van Adolf Hitler. Het aantal stemmen voor de NSB nam echter af, bij de Kamerverkiezingen van 1937 kwam Mussert's partij niet verder dan 4%. Na het begin van de Duitse bezetting in mei 1940 was de NSB de enige partij die samenwerking met de Duitsers zocht. De Duitse bezetter zag voor de NSB echter maar een bescheiden rol. De partij werd vooral gebruikt om mensen te vinden die bijvoorbeeld door de Duitsers als burgemeester konden worden aangesteld. Hoewel Mussert door de Duitsers werd erkend als 'leider' van het Nederlandse volk, had die titel in praktijk weinig betekenis.
Veel NSB'ers werden na de oorlog veroordeeld. Mussert kreeg de doodstraf.
De Pacifistisch-Socialistische Partij (PSP) werd in 1957 opgericht door politiek daklozen, waaronder aanvankelijk veel vrijzinnig-protestanten. De partij streefde naar algehele ontwapening en een socialistisch Nederland. In 1959 behaalde de PSP twee zetels in de Tweede Kamer en tussen 1963 en 1971 vier. In de jaren zestig en zeventig stonden thema's op het programma als de republiek (onder invloed van het huwelijk van Beatrix en Claus) , emancipatie, milieu, kernenergie, woningnood en jongerenbeleid. Daarbij werd "buiten-parlementaire actie" niet geschuwd.
In de periode 1971-1989 had de PSP steeds één tot drie kamerzetels. Vooraanstaande PSP'ers waren Henk Lankhorst, Bram van der Lek, Hans Wiebenga, Hein van Wijk, Fred van der Spek en na 1986 Andrée van Es. Samenwerking met de CPN en PPR resulteerde in 1990 in de oprichting van GroenLinks. Een jaar later werd de PSP opgeheven.
De Partij van de Arbeid (PvdA) ontstond in 1946 uit een samengaan van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP), een groot deel van de Vrijzinnig-Democratische Bond, een deel van de Christen-Democratische Unie en andere kleinere groepen. De nieuwe partij belichaamde de doorbraakgedachte (Dit is het idee dat na de Tweede Wereldoorlog de oude verzuilde partijen moesten worden vervangen door nieuwe partijen die niet meer met de zuilen zouden samenhangen.). Bij de eerste naoorlogse Tweede-Kamerverkiezingen in 1946 behaalde de partij echter slechts 28 procent van de stemmen. Tien jaar later behaalde de PvdA echter een belangrijk electoraal succes dankzij haar sociale hervormingsarbeid en de populariteit van haar voorman Willem Drees (minister-president in diverse kabinetten 1948-1958). Interne conflicten leidden o.a. in 1957 tot de oprichting van de Pacifistisch-Socialistische Partij. Na het aftreden van het derde kabinet-Drees (dec. 1958) was de PvdA, met uitzondering van het kabinet-Cals-Vondeling (1965-1966), tot 1973 in de oppositie.
In de jaren zestig woedde binnen de partij een hevige strijd over de te volgen strategie. Nieuw-Links meende dat de PvdA zich duidelijker links moest profileren om een alternatief voor de kiezers vormen. Een aantal PvdA-leden reageerde door in 1970 ter rechterzijde de partij DS'70 op te richten.
Het kabinet -Den Uyl (1973-1977) bracht de partij ondanks een grote verkiezingsoverwinning in 1977 in de oppositiebanken. In het beginselprogramma uit 1977 verklaarde de PvdA zich nationaal en mondiaal te verzetten tegen alle ongelijkheid in welvaart en daartoe te streven naar "een zodanige herverdeling van kennis, arbeid, inkomen en macht dat alle mensen in staat zijn zich zelfstandig te ontwikkelen en in vrijheid te ontplooien".
Na de negen zetels verlies bij de verkiezingen van 1981 kon de PvdA "aanschuiven" bij het CDA. Het kabinet-Van Agt-Den Uyl kwam al na één jaar ten val, de PvdA werd weer oppositiepartij. Na de verkiezingen van 1986 droeg lijsttrekker Den Uyl de leiding over aan zijn tweede man, Wim Kok. Pas in 1989 kwam de PvdA weer in de regering. De verkiezingen in 1994 brachten twaalf zetels verlies, maar de partij vormde met VVD en D66 een nieuwe "paarse "regering. Wim Kok werd de eerste sociaal-democratische premier na Den Uyl.
Voor de verkiezingen van 2002 droeg Kok het lijsttrekkerschap over aan Ad Melkert. In de verkiezingscampagne van 2002 werd duidelijk dat Melkert niet op kon tegen het publicitaire geweld van Pim Fortuyn (LPF). Na de Moord op Fortuyn had Melkert zwaar te leiden onder kritiek op de linkse partijen. Volgens de LPF-aanhang 'kwam de kogel van links' en had de moord te maken met het klimaat dat door de linkse partijen was geschapen.
De PvdA viel bij de verkiezingen van 2002 terug van 45 naar 23 zetels en kwam in de oppositie terecht. Melkert trad af en werd opgevolgd door Jeltje van Nieuwenhoven, die op haar beurt na een ledenraadpleging werd opgevolgd door Wouter Bos. In de verkiezingscampagne van 2003 wist Bos het imago van de PvdA als regentenpartij kwijt te raken en de PvdA kwam terug op 42 zetels. Ondanks deze winst lukte het niet om met het CDA een kabinet te vormen.
De PvdT is een politieke stroming met een neutraal karakter. De speerpunten van het verkiezingsprogramma voor de Tweede-Kamerverkiezingen van 22 januari 2003 zijn gericht op meer feest. Politiek leider Johan Vlemminx heeft dan ook de ambitie minister van Feestzaken te worden. Zowel bij de Tweede-Kamerverkiezingen van 15 mei 2002 als bij die van 22 januari 2003 heeft de PvdT geen zetels behaald. De partij is onder meer voor het condoom in het ziekenfonds en het bevorderen van het zingen van Nederlandse liederen tijdens inburgeringscursussen.
De Partij van de Vrijheid (PvdV) werd in maart 1946 opgericht door leden van de voormalige Liberale Staatspartij.
De partij stond een modernere liberale politiek voor dan haar voorloper en had meer oog voor sociale vraagstukken. Voormannen van de PvdV waren Heineken-directeur Dirk Stikker en de Kamerleden Korthals en Bierema. In 1948 kwam (mede) uit de PvdV de VVD voort.
De Partij voor de Dieren beschouwt dieren als de allerzwaksten in de samenleving en wil dierenwelzijn terugbrengen op de politieke agenda. De partij deed in vrijwel alle kieskringen mee aan de verkiezingen van 22 januari 2003. Lijsttrekker was mr. Marianne Thieme. Er werden geen zetels behaald. De PvdD deed ook mee aan de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2004. De partij haalde niet genoeg stemmen voor een zetel.
In mei 2005 kondigde misdaadverslaggever Peter R. de Vries aan een nieuwe politieke partij te beginnen met de naam Partij voor Rechtvaardigheid, Daadkracht en Vooruitgang. Op 31 oktober 2005 maakte de partij haar programma bekend door een proclamatie te bevestigen aan een stellage op het Binnenhof in Den Haag. De PRDV wil meedoen aan de Tweede-Kamerverkiezingen in 2007 als uit een opiniepeiling blijkt dat 41% van de kiezers de komst van Peter R. de Vries naar Den Haag wel ziet zitten. Een aantal standpunten van de PRDV zijn:
De Partij voor het Noorden deed mee aan de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2004. De Partij voor het Noorden vindt dat de regio's in Europa en in Nederland zelfstandig over belangrijke zaken in hun gebied moeten kunnen beslissen. Volgens de partij moeten zaken die alleen Noord-Nederlanders aangaan door Noord-Nederland worden beslist; zaken die alle Nederlanders aangaan, moeten door Den Haag worden beslist en zaken die alle Europeanen aangaan, moeten door Brussel worden beslist. Lijsttrekker van de Partij voor het Noorden was Teun Jan Zanen uit het Groningse Zuidwolde. De partij haalde geen zetels.
De PPR (Politieke Partij Radicalen) werd in 1968 opgericht door progressieve leden van de Katholieke Volkspartij. Met name de vorming van het centrum-rechtse kabinet-De Jong en het mogelijke samengaan van KVP met ARP en CHU leidde tot onvrede.
De PPR kwam vooral op voor een schoon milieu en voor een rechtvaardige samenleving. Bij de verkiezingen van 1971 behaalde de PPR twee zetels. Onder leiding van Bas de Gaay Fortman groeide dat aantal in 1972 tot zeven. De PPR trad met PvdA en D66 toe tot het kabinet-Den Uyl.
Vanaf 1977 haalde de PPR ongeveer drie procent van de stemmen. Fractievoorzitter en lijsttrekker was in deze tijd Ria Beckers. In 1990 ging de partij op in GroenLinks.
De Rooms-Katholieke Staatspartij werd in mei 1926 opgericht. Daarvoor waren de katholieken georganiseerd in de Algemeene Bond van r.k.-kiesverenigingen (vanaf 1904). In 1945 werd de RKSP omgevormd tot de KVP en werd ze ook toegankelijk voor niet-katholieken. De katholieken streefden naar samenwerking met ARP en CHU in de zgn. Coalitie. In 1925 verklaarde voorman Nolens alleen in uiterste noodzaak te willen samenwerken met de SDAP.
Eerste voorman van de katholieken was de priester Herman Schaepman. Hij publiceerde in 1883 een Proeve van een programma voor een katholieke partij. Sinds 1918 haalde de RK(SP) gemiddeld ongeveer 30 procent van de stemmen. Politieke leiders van de RK(SP) waren Nolens, Aalberse en Van Schaik. De RK(SP) had zitting in kabinetten in de perioden 1888-1891, 1901-1905 en 1909-1913, en in alle kabinetten tussen 1918 en 1945. Katholiek premier was Ruys de Beerenbrouck (1918-1925 en 1929-1933).
De RPF werd in 1975 opgericht uit onvrede met de politiek van de christen-democratische partijen in het algemeen en de ARP in het bijzonder. De RPF kreeg in 1981 voor het eerst vertegenwoordigers in het parlement. De RPF was van mening dat het staatkundig leven beheerst moet worden door de normen die zijn geopenbaard in Gods woord. Tussen 1981 en 2002 zat de ROF steeds met 1,2 of 3 zetels in de Tweede Kamer. Op 22 januari 2000 is de RPF een unie aangegaan met het GPV onder de naam ChristenUnie.
De sociaal-democratische beweging ontstond in Nederland in de jaren zeventig van de 19de eeuw en kreeg partijpolitiek gestalte in drie opeenvolgende partijen: de Sociaal-Democratische Bond (SDB, 1892), de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP, 1894) en de Partij van de Arbeid (PvdA, 1946).
Met het ontstaan van SDB kwamen beweging (vooral stakingen), organisatie en socialistische idee samen. De bezielende leider van de SDB was Ferdinand Domela Nieuwenhuis. Op haar congres van 1893 besloot de Bond niet mee te doen aan de verkiezingen en verwierp daarmee eigenlijk ook het streven naar algemeen kiesrecht en politieke actie in het algemeen. Dat leidde tot een splitsing, waaruit de SDAP ontstond. De leider van deze partij was Pieter Jelles Troelstra. Aanvankelijk was verovering van de staatsmacht volgens marxistische uitgangspunten nog een voorwaarde om de klassenstrijd in het voordeel van de arbeidersklasse te kunnen beslechten en het socialisme op te bouwen. In de periode van de jaren twintig tot aan de oorlog, kreeg de partij steeds meer een parlementair karakter. In 1939 nam de SDAP voor het eerst deel aan een kabinet (De Geer).
Na de Tweede Wereldoorlog vond een groep mensen binnen de SDAP dat een nieuwe doelstelling moest worden geformuleerd. Zij streefden naar een samenleving waarin elk individu zich zou kunnen ontplooien, dus niet alleen de arbeidersklasse. De nieuwe partij moest een echte volkspartij worden. Dit wordt ook wel 'de doorbraak' genoemd. Uit deze doorbraakgedachte kwam de PvdA voort.
De Staatkundig Gereformeerde Partij werd in 1918 opgericht door een groep belijdende gereformeerden, die meer dan de toenmalige ARP de roeping van de overheid wenste te benadrukken. De SGP getuigt ook nu nog van haar theocratische visie op de overheid. Zij wenst dat de overheid handelt overeenkomstig Gods Woord.
De leden en kiezers van de SGP zijn hoofdzakelijk afkomstig uit de Chr. Gereformeerde Kerk, Gereformeerde Bond, Gereformeerde Gemeenten en Oud-Gereformeerde Gemeenten.
Voormannen van de SGP waren Kersten, Zandt, Van Dis en Abma. De SGP is sinds 1922 in de Tweede Kamer vertegenwoordigd. Bas van der Vlies is sinds 1986 fractievoorzitter van de SGP in de Tweede Kamer. De SGP zit al jaren met 2 of 3 zetels in de Tweede Kamer.
De SP is opgericht in 1972. Het socialistisch karakter van de partij blijkt onder andere uit het beginselprogramma. De SP wil 'een samenleving waarin menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit voorop staan'. De SP is niet alleen vertegenwoordigd in het parlement, maar voert ook veel buitenparlementaire acties. In 1994 haalt de SP haar eerste twee Kamerzetels. De verkiezingen van 1998 leveren een vijfkoppige Kamerfractie op. Fractievoorzitter Jan Marijnissen groeit in korte tijd van onbekend persoon tot een van 's lands bekendste politici uit. De slogan 'stem tegen' werd in 2002 vervangen door 'stem voor'. SP ging in 2002 van vijf naar negen zetels. In 2003 kwam de SP opnieuw uit op 9 zetels.
De Vrijzinnig-Democratische Bond werd in 1901 opgericht. De partij werd gevormd door van de Liberale Unie afgescheiden leden en door voormalige Radikale Bonders. In 1946 ging de VDB met SDAP en CDU op in de PvdA. De VDB had haar aanhang hoofdzakelijk onder middenstanders, ambtenaren, onderwijzers en intellectuelen. De VDB was een links-liberale partij, die voor een beperkte mate overheidsingrijpen in het economisch leven was. Verder was zij tot begin jaren dertig voor nationale ontwapening. In zekere zin is zij als voorloper van D66 te beschouwen.
Tot 1933 was de VDB in de oppositie tegen de rechtse Coalitie-kabinetten. In 1933 trad zij echter toe tot het tweede kabinet-Colijn. Marchant en Oud werden toen ministers. Tot 1937 bleef de VDB regeringspartij. In 1939 trad de VDB'er Gerrit Bolkestein toe tot het tweede kabinet-De Geer.
Sinds 1918 haalde de VDB gemiddeld ongeveer acht procent van de stemmen.
Politieke leiders van de VDB waren Drucker, Bos en Marchant (fractieleiders tussen 1901 en 1933), Oud (minister van Financiën, 1933-1937) en Joekes sr.
De Verenigde Seniorenpartij is een belangenpartij. Zij komt op voor de belangen van senioren en pleit voor evenredige vertegenwoordiging van senioren in de politiek. Daarnaast strijd de VSP voor een welvaartsvast inkomen voor niet-productieve leden van onze samenleving. De VSP verzamelt ex-leden van het Algemeen Ouderen Verbond (AOV) en de Unie 55+. De AOV haalde tijdens de Tweede Kamerverkiezingen in 1994 zes zetels, maar ging ten onder aan interne conflicten. Tijdens de Tweede Kamer-verkiezingen van 1998 werden de ouderenpartijen weggevaagd. Sindsdien kwamen de ouderenpartijen vooral in het nieuws door voortdurende conflicten en afsplitsingen. De VSP werd opgericht op 15 december 2001, toen de Algemene Senioren Partij en de Ouderenunie besloten te fuseren. Bij de Tweede-Kamerverkiezingen in 2002 was Anneke Smit-Boerma lijsttrekker van de VSP, de partij behaalde echter niet voldoende stemmen voor een zetel.
De Vrije Indische Partij (VIP) is een partij die de belangen behartigt van iedereen die iets met het voormalige Nederlands Indië of Suriname te maken heeft gehad. De VIP werd opgericht in 1994. Bij de Tweede-Kamerverkiezingen in 2002 heeft de VIP samen met de Ouderenunie met één lijst aan de verkiezingen deelgenomen, maar deze combinatie wist geen zetels te behalen. Politiek leider van de VIP is Rob Koop. Voor de Ouderenunie was Ben Otten lijsttrekker. Zij bekleedden samen het duo-lijsttrekkerschap.
De VIP is opgericht op 28 oktober 2002 en bundelt volgens haar website alle migrante groeperingen (Surinamers, Turken, Antillianen, Marokkanen, Arabieren en Molukkers & overige groeperingen) vanwege hun gemeenschappelijk doel: als eenheid de integratie van die migrante groeperingen in Nederland te bevorderen zonder verlies van eigen identiteit en ruggegraat. De VIP propageert een andere vorm van integratie dan de gevestigde partijen. Integratie is volgend de VIP alleen effectief mogelijk via een vorm van vrijwillige segregatie (zie New York) waardoor migrante gemeenschappen in de maatschappelijke en economische race kracht kunnen putten vanuit hun eigen stabiele cultuur en identiteit. De VIP deed in 2003 mee aan de verkiezingen voor de Tweede Kamer, maar behaalde geen zetels. Lijsttrekker was Mr Drs R. Dhalganjansing.
De liberale partijvorming begint aan het einde van de negentiende eeuw. In 1885 wordt de Liberale Unie opgericht. Zoals alle politieke stromingen in het begin van deze eeuw kende ook de liberalen een aantal splitsingen. In 1901 keert een groep de Liberale Unie de rug toe en verenigt zich in de Vrijzinnig-Democratische Bond. Deze organisatie, onder leiding van Oud, blijft bestaan tot 1941. De Liberale Unie smelt in 1921 met enkele andere liberale partijen samen tot de Vrijheidsbond. Na een verkiezingsnederlaag in 1937 wordt de naam gewijzigd in De Liberale Staatspartij. Na de bevrijding in 1945 gaan de vrijzinnig-democraten van Oud op in de Partij van de Arbeid. De leden van de Liberale Staatspartij herdopen de partij in de Partij van de Vrijheid. Als snel gaan de vrijzinnig-democraten en de liberalen op zoek naar samenwerking. Op 24 januari 1948 wordt de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie opgericht. Begin jaren zeventig wordt de nog geen dertig jaar oude Hans Wiegel voorzitter van de Tweede Kamerfractie. Ondanks de langdurige onderhandelingen tussen PvdA en CDA en publieke uitspraken van de socialistische premier dat 'het tweede kabinet Den Uyl er toch komt', is het de VVD die in 1977 samen met het CDA het kabinet vormt. Wiegel wordt als fractievoorzitter opgevolgd door de jonge Ed Nijpels. Hij leidt de VVD in 1982 naar een grote verkiezingsoverwinning. De Tweede Kamerfractie groeit naar 36 zetels. In de tweede helft van de jaren '80 staat de VVD op verlies. Vanaf 1990 komt de VVD weer uit het dal onder leiding van fractievoorzitter Frits Bolkestein. Hij onderhandelt in 1994 succesvol met PvdA en D66. Het eerste zogenaamde paarse kabinet treedt aan. Het succes van dit kabinet wordt ook vertaald in stembussucces. Bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten in maart 1995 wordt de VVD zelfs voor het eerst de grootste partij van het land. In 1998 haalt de VVD 38 zetels bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer. De Tweede Kamerfractie is nog nooit zo groot geweest. Bij de verkiezingen van 2002 verliest de VVD echter zwaar, omdat lijsttrekker Hans Dijkstal geen antwoord heeft op de opkomst van Pim Fortuyn en zijn LPF. De VVD haalt slechts 24 zetels. Toch neemt de VVD plaats in het kabinet Balkenende I (CDA-VVD-LPF) . Bij de verkiezingen van 2003 treedt Gerrit Zalm op als lijsttrekker en haalt 28 zetels. Na de verkiezingen wordt hij minister van Financiën en vice-premier in het kabinet Balkenende II. Jozias van Aartsen is fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer.