De economische crisis en kritiek op de parlementaire democratie overheersen de politiek (en dus ook de verkiezingscampagnes) in de jaren dertig.
Centraal in de verkiezingsstrijd van 1933 staan twee kwesties:
- De muiterij op het marineschip ‘De Zeven Provinciën’ in de Indische wateren. Vooral communisten protesteren daarbij ook scherp tegen de onderdrukking van Nederlands-Indië. De confessionele partijen en de liberalen pleiten juist voor orde en gezag. De SDAP houdt er echter geen uitgesproken mening op na.
- De onvrede over de slechte economische toestanden kritiek op de gevestigde politiek leidt tot de opkomst van extreem-rechtse partijen, zoals de NSB, en allerlei kleine partijtjes.
Daarnaast neemt in hetzelfde jaar Hitler de macht over in Duitsland.