Na de val van het kabinet Balkenende-2, kort voor de zomer van 2006, werden vervroegde Tweede-Kamerverkiezingen uitgeschreven voor 22 november. Deze periode tussen kabinetscrisis en verkiezingen was langer dan gebruikelijk door het aantreden van het kabinet Balkenende-3. Dit minderheidskabinet had vooral de taak om nog een volwaardige begroting voor 2007 te maken. De partijen waren zich al aan het voorbereiden op verkiezingen, oorspronkelijk gepland op 15 mei 2007.
In de zomer na de kabinetscrisis voerden de partijen het tempo van deze voorbereidingen flink op. Begin september presenteerden de meeste hun kandidatenlijsten en verkiezingsprogramma’s, waarna ze vrijwel allemaal in het laatste weekend van september hun verkiezingscongres hielden.
Kort voor de kabinetscrisis hadden D66 en VVD al hun lijsttrekkers aangewezen. Bij de VVD gebeurde dat voor het eerst via een stemming onder de leden, die konden kiezen uit drie kandidaten. D66-leden maakten een keuze uit acht kandidaten. Bij de meeste andere partijen werd de lijsttrekker uit 2003 zonder veel problemen opnieuw gekozen. Op de affiches staan derhalve veel vertrouwde gezichten. Naast de negen partijen die in 2003 zetels haalden, meldden zich vijftien nieuwkomers.
In de campagne ging veel aandacht uit naar de vraag wie de nieuwe premier zou worden: Wouter Bos of Jan Peter Balkenende.