In 2004 werden de leden van het Europees Parlement voor de zesde keer rechtstreeks gekozen. Aan de verkiezing van de 732 parlementsleden konden ongeveer 400 miljoen kiezers meedoen. Kort voor de verkiezingen trad het ongekend grote aantal van tien nieuwe lidstaten toe, zodat de verkiezingen in 25 landen plaatsvonden. De meeste landen stemden op zondag 13 juni. Als één van de landen waar nooit op zondag wordt gestemd, hield Nederland de verkiezingen op donderdag 10 juni.
Ondanks de term ‘Europese Verkiezingen’ is de stemming toch een nationale zaak: Nederlandse kiezers konden voor de 27 Nederlandse europarlementariërs alleen kiezen uit Nederlandse kandidaten. Op de affiches zien we dan ook vooral de partijen die we ook zagen bij de Tweede-Kamerverkiezingen. Enkele nieuwkomers richtten zich wel exclusief op Europa. De nieuwe partij Europa Transparant van klokkenluider Paul van Buitenen wist in één klap twee zetels te veroveren. Een kritische houding ten opzichte van de Europese Unie vinden we op meer affiches terug, bijvoorbeeld in de vorm van de leuze van de LPF of de waakhond van de SP.
Tijdens de campagne was de verwachte opkomst een belangrijk gespreksonderwerp. De overheid wekte de kiezers onder andere op met de slogan ‘Europa, best belangrijk’. De wat scherpere debatten tussen de partijen, de opkomst van Van Buitenen, maar ook schaamte over de opkomst in 1999 (29,9%) werden genoemd als verklaringen voor de duidelijk toegenomen belangstelling. Bijna 40% van de kiezers kwam opdagen, iets onder het gemiddelde voor de hele Europese Unie.